BEELDHOUWKUNST

leraars: Dhr. Henk Delabie en Dhr. Jan Wyffels
donderdag- en vrijdagavond van 18u tot 21u30

beeldhouwkunst

Aanvankelijk maakt elke student een reeks basisoefeningen. De verschillende oefeningen hebben de fundamentele bedoeling de studenten aan te zetten tot een grondig onderzoek van vorm en volume, waarbij o.a. begrippen als plasticiteit - ruimtelijkheid, massa - volume, open - gesloten, textuur -structuurfactuur ter sprake komen en de basisvaardigheden van opbouw in klei en gips worden verworven.
Ook de basisprincipes van het mouleren worden aangeleerd. Positief en negatief, stukmoules, sluitstukken, hoe en waarom scheidingen maken, verstevigen, hol en vol gieten, enz
Er wordt deels gewerkt met klassikale opdrachten die weliswaar binnen de limieten breed interpreteerbaar zijn en ruimte laten voor persoonlijke benadering- en deels met individuele opdrachten die nauwer aansluiten bij de leefwereld van de student zelf. Waar het nodig blijkt worden tussenopdrachten ingelast, dit om een bepaald probleem dieper aan te pakken.
Elke opdracht wordt in een ruim cultuurhistorisch kader geplaatst.
Voor de realisatie van een beeld maakt de kunstenaar vandaag, naast de traditionele technieken, ook gebruik van industriële technieken en nieuwe materialen.
Aanvankelijk wordt, via verschillende opdrachten, veel belang gehecht aan de proefondervindelijke studie van de vormelijke en technische aspecten van de beeldhouwkunst. Het is, bij wijze van spreken, een verkenningsronde waarin de student het onderscheid ervaart tussen beeldhouwen (sculpere), boetseren (plassein) en assembleren, elk met hun specifieke plastische en technische mogelijkheden en beperkingen. Het doel van dit formeel-technisch onderzoek is de student het essentieel begin van vormervaring mee te geven die hij gedurende zijn ganse beeldhouwleven nodig zal hebben. Tevens verwerft de student inzicht in het begrip ruimtelijkheid in relatie tot sculptuur. Bij de opdrachten wordt afwisselend beroep gedaan op de waarneming en de verbeelding. De natuur met zijn vormelijke rijkdom blijft een boeiende inspiratiebron. Door regelmatig naar interpreterende oplossingen te vragen wordt getracht gelijktijdig met de technische vaardigheid ook het creatief gedrag te stimuleren en te ontwikkelen.
Gaandeweg evolueert de student. Zijn oplossingen krijgen een meer uitgesproken en persoonlijk karakter en hij weet op een gefundeerde manier voor materiaal en techniek te kiezen, gedragen door een idee, en door gevoel voor de driedimensionale werkelijkheid van het medium.